| Medische uitleg (vervolg)
Een tennisblessure ontstaat niet van de één op de andere dag. Meestal gaan er maanden aan vooraf met herhalingen van langdurige overbelasting. Door het geforceerde gebruik van deze spieren treden er veranderingen in het spierweefsel op, die de normale functie van de spier negatief beïnvloeden.
Spiervezels (cellen) veranderen zodanig van structuur dat er sprake is van een soort van 'fibrose'. De celstructuur probeert zich aan te passen aan de functie die wordt verwacht van de spieren.
Na langere tijd vindt er ook een aanpassing van het zenuwstelsel plaats. De hersenen zullen, ook in ruststand, de spier aanzetten tot een lichte aanspanning. Dit is uiteindelijk funest voor het spierweefsel, omdat aanspanning niet wordt opgevolgd door ontspanning. Door die aanspanning worden bloedvaatjes dichtgeknepen. Hierdoor wordt de uitwisseling van zuurstof, voedings- en afvalstoffen tot een minimum gereduceerd.
Er ontstaat een vicieuze cirkel. Het spier- en peesweefsel worden van een slechtere kwaliteit. Fibrose en afbraak (degeneratie) wordt in de hand gewerkt. De pees krijgt te lang een lichte trek te verwerken en vertoont uiteindelijk lichte ontstekingsverschijnselen (tendinitis). De symptomen: pijn voor, tijdens of na activiteit, krachtverlies, coördinatiestoornissen, stijfheid in de ochtend en rekpijn.
Waarom geen zelfgenezend vermogen?
Voor een zelfgenezend vermogen is een optimale doorbloeding nodig. Door een slechte lokale bloedtoevoer is het echter moeilijk de irritatie in de pees op te ruimen. Pees en spier worden tijdens activiteiten 'foutief' belast. Het lichaam is daardoor niet in staat om gerichte actie te nemen om het probleem effectief op te lossen. De vicieuze cirkel blijft bestaan.
|